De groepen
Hieronder volgt meer informatie over de lesindeling per groep en enkele huishoudelijke regels.
Groepen
Tienergroep
Voor leerlingen vanaf ongeveer 10 tot 14 jaar.
Doel
Taal is een gebruiksartikel, en we weten allemaal dat hoe meer je iets gebruikt, hoe handiger je ermee wordt. Dat geldt ook voor taal; hoe meer je een taal gebruikt, hoe beter je hem gaat spreken. Dat is het doel van de tienergroep die we vanaf het nieuwe schooljaar gaan introduceren op de ENSiB; de Nederlandse taal gebruiken.
Frequentie
Wij snappen dat vanaf een bepaalde leeftijd uw zoon of dochter op zondag liever met vriendjes of vriendinnetjes wat gezelligs gaat doen, in plaats van een paar uur op school zitten om Nederlands te leren. Daarnaast hebben uw oudere kinderen het al druk genoeg met hun doordeweekse schoolwerkzaamheden. Daarom komt de tienergroep niet elke week, maar één keer per maand samen. En die samenkomst moet leuk genoeg zijn voor uw zoon of dochter om te willen komen, en interessant genoeg voor u om de investering te maken (zowel financieel als qua tijd).
Focus
De focus zal liggen op (inter)actief bezig zijn met taal. Op spreken, luisteren en lezen; datgene waarvoor een taal echt bedoeld is. Er zal op projectmatige wijze worden gewerkt aan verschillende onderwerpen en daarbij wordt gebruik gemaakt van verschillende interactieve middelen; video (film, televisie, reclames), audio (geluidsfragmenten, muziek) boeken, stripverhalen, tijdschriften, en over dat alles, wordt gepraat. De focus ligt op interactie: interactie onderling en interactie van en met de verschillende leermiddelen.
Voor elke bijeenkomst zullen de leerlingen thuis e.e.a. moeten voorbereiden; een uurtje voorbereidingstijd per bijeenkomst zal meer dan genoeg zijn. Daar waar lesdagen samenvallen met cultuurdagen, staat het onderwerp al vast, en mocht er iets typisch Nederlands plaatsvinden (Sinterklaas, Kinderboekenweek, een sportevenement), zal dat het onderwerp van gesprek zijn. Maar we staan ook open voor onderwerpen die de leerlingen zelf aandragen; zij zijn tenslotte degenen die ermee aan de slag moeten.
Voorbeeld lesindeling Tienergroep
Peutergroep
Peutergroep ’t Kikkerlandje maakt gebruik van de methode ‘Puk & Co’. Puk is een vrolijk gekleurde pop en een speelkameraadje voor de kinderen. Hij maakt dezelfde dagelijkse dingen mee als de kinderen en leeft in een herkenbare wereld. Puk betrekt de kinderen bij de activiteiten. Hij ‘praat’ met hen en lokt op deze manier interactie uit.
Deze interactie is er niet alleen tussen Puk en het kind maar ook tussen de leidster en het kind en natuurlijk tussen de kinderen onderling. Verbaal én non-verbaal. Interactie is een belangrijke voorwaarde voor het goed leren van een (tweede) taal. Tijdens de activiteiten krijgen peuters begrijpelijke taal aangeboden in een betekenisvolle situatie. Taalontwikkeling staat voorop: spreken, luisteren en uitbreiding van de woordenschat.
Uitdagend
Het programma houdt rekening met verschillen in taalontwikkeling binnen een groep waardoor de methode geschikt is voor peuters met een taalachterstand maar het biedt ook voldoende uitdaging voor taalvaardige peuters door hen een ‘moeilijkere variant’ aan te bieden.
Spelenderwijs
De thema’s komen rechtstreeks uit het dagelijks leven van peuters, zoals: knuffels, hatsjoe!, hoera, een baby!, eet smakelijk of oef, wat warm! Zo leren kinderen spelenderwijs en doen zij nieuwe ontdekkingen.
Bij elk thema horen speelse activiteiten. Dit vraagt om een actieve betrokkenheid van de peuter. Er zijn verschillende activiteiten zoals: spel, spel in een themahoek, ontdekken, knutselen, voorlezen, kring, expressie & bewegen.
Ritme
Het peuterprogramma is afgestemd op het middagritme van een peuterspeelzaal met de volgende momenten:
- binnenkomen
- kring
- begeleid spelen
- voorlezen
- eten en drinken
- spel in de grote groep
- naar huis gaan
Groep 1-2
In de kleuterklas wordt er gewerkt vanuit de methode ‘de leessleutel. Naast de methode wordt er ook veel gewerkt rondom thema’s die aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen. Ontwikkelingsgebieden die door deze manier van werken aan bod komen zijn:
De taalontwikkeling wordt voortdurend gestimuleerd door kring- en leergesprekken, voorlezen, vertellen en taalspelletjes. De creatieve ontwikkeling is verweven in het dagelijkse programma via knutselwerkjes, werkbladen en tekenopdrachten. Hierbinnen wordt ook gewerkt aan voorbereidend lezen, schrijven en rekenen. Zelfstandigheid wordt in groep 1 via het planbord gestimuleerd. De kinderen geven hierop aan welke activiteit zij gaan doen tijdens de speelwerktijd. In groep 2 moeten de kinderen zelfstandig ‘plannen’ als ze met het ontwikkelingsmateriaal werken. Voorbereidend lezen en schrijven worden in groep 2 steeds meer aangeboden.
De methode De leessleutel groep 1 en 2 bestaat uit tien aansprekende thema’s waarin de kinderen spelenderwijs en met elkaar taal- en leessituaties ontdekken en verkennen. Dit doen zij samen met de handpop Raai de Kraai. Raai komt in elk thema terug en is bij alle thema’s
betrokken. Hij is net als de kleuters nieuwsgierig, wil graag weten wat er gebeurt en waarom dingen gebeuren. Door zijn vragen worden kinderen gestimuleerd om na te denken over
het thema en zelf ook vragen te formuleren. In de thema’s staan de drie hoofddoelen van het taal-leesonderwijs centraal: beginnende geletterdheid, woordenschat en mondelinge communicatie.
De klankplank is een hulpmiddel in de klas om op een speelse manier bezig te zijn met het fonologisch en fonemisch bewustzijn. De kinderen doen allerlei spelletjes op het gebied van rijm, klank, woorden en zinnen. Dankzij de Klankplank maken ze enorme vorderingen in hun ontwikkeling.
Zelfstandig werken groep 1 – Planbord
Het planbord is een middel om de taak op een eenvoudige manier in beeld te brengen. Het (taak)planbord is een magnetisch bord waarop de kinderen hun eigen identiteitskaartje kunnen hangen. Kinderen geven hiermee aan welke activiteit ze gaan doen tijdens speelwerktijd (60 minuten). De leerkracht bepaalt voorafgaand aan een nieuwe schooldag welke activiteiten een plaats krijgen op het planbord. Daarbij wordt gezorgd voor voldoende afwisseling in activiteiten.
Via het planbord leren kinderen spelenderwijs zelfstandig te werken. Tijdens het zelfstandig werken heeft de leerkracht de handen vrij om extra (geplande) zorg en instructie te geven aan kinderen die dat nodig hebben.
Ieder kind heeft zijn eigen leerstijl. Het ene kind wil graag samen met iemand een werkje doen terwijl de ander dit liever alleen doet. Weer anderen hebben concreet materiaal nodig om het werkje te kunnen maken. Dit uitgangspunt is gebaseerd op de ideeën van Human Dynamics.
Bij Human Dynamics gaat het om 3 basis principes:
- Mentaal denken hoofd
- Relationeel/emotioneel: gevoel hart
- Fysiek zintuigen, handelen handen
Groep 3
In groep 3 wordt gebruik gemaakt van de taalmethode “De Leessleutel”. Deze methode heeft 16 thema’s en elk thema heeft vier lessen. Elke les bestaat uit een verhaal, twee nieuwe woorden, twee letters, en een taal concept. De methode bevat ook een leesboek, waarin het verhaal op het leesniveau van het kind wordt aangeboden. Tevens zijn er werkbladen, waardoor de kinderen via verschillende invalshoeken de nieuw geleerde materie kunnen verwerken. Elk thema heeft een prachtig geïllustreerde poster die de kinderen erg aanspreekt en waardoor de verhalen ook tot leven komen. Alle kinderen die in de verhalen voorkomen zitten in de klas van juf Ank, deze klas is een werkelijkheid geworden voor de kinderen.
Groep 4
Groep 4 maakt gebruik van de taalmethode “Taal actief”. De methode heeft in het taalboek 10 thema’s. Elk thema heeft 14 lessen. Binnen een thema is gekozen voor een doorlopend verhaal, het ankerverhaal. Elk ankerverhaal is geschreven rondom een thema. Het anker schept een gemeenschappelijk kader voor de kinderen, ondanks de verschillen in achtergrondkennis bij het begin van de les. Naast het meer algemene taal-onderwijs werken we ook specifiek aan spelling en uitbreiding van de woordenschat.
Elke basisles spelling begint met een korte introductie, waarin een verband wordt gelegd tussen het ankerverhaal en het spellingsprobleem. Hierna volgt instructie met eventuele verlengde uitleg. Dan gaan de kinderen hun lessen maken, zodat ze het geleerde kunnen verwerken. De lessen woordenschat beginnen met een introductie van het onderwerp en verzamelen met de al bestaande kennis van de kinderen. Hierna wordt er betekenis gegeven aan de woorden door uitbeelden, uitleggen en uitbreiden. Om het geleerde in het geheugen op te slaan, wordt er gebruik gemaakt van het werkboek spelling waarbij context en onderlinge samenhang samenkomt.
Groep 5
Groep 5 maakt gebruikt de taalmethode “Taal actief”. De methode heeft in het Taalboek 10 thema’s. Elk thema heeft 14 lessen. Binnen een thema is gekozen voor een doorlopend verhaal, het ankerverhaal. Elk ankerverhaal is geschreven rondom een thema. Het anker schept een gemeenschappelijk kader voor de kinderen, ondanks de verschillen in achtergrondkennis. Naast het meer algemene taal-onderwijs werken we ook specifiek aan spelling en uitbreiding van de woordenschat.
Elke basis-les spelling begint met een korte introductie, waarin een verband wordt gelegd tussen het ankerverhaal en het spellingsprobleem. Hierna volgt instructie met eventuele verlengde uitleg. Dan gaan de kinderen hun lessen maken, zodat ze het geleerde kunnen verwerken. Deze worden zowel individueel als in groepsverband gemaakt.
De lessen woordenschat beginnen met een introductie van het onderwerp en verzamelen met de al bestaande kennis van de kinderen. Hierna wordt er betekenis gegeven aan de woorden door uitbeelden, uitleggen en uitbreiden. Om het geleerde in het geheugen op te slaan, wordt er gebruik gemaakt van het werkboek spelling waarbij context en onderlinge samenhang samenkomt.
Groep 6
In groep zes wordt gebruik gemaakt van de methode “Taalactief”. In de methode wordt veel aandacht besteed aan spelling, woordenschat, lezen, begrijpend lezen en ontleden. Deze methode wordt ook op veel scholen in Nederland gebruikt, dus bij eventuele terugkeer naar Nederland of België, betekent dit dat een instroming in het Nederlandstalige onderwijs makkelijker plaats kan vinden. Spelling, woordenschat en ontleden komen elke les aan bod, door middel van uitleg en oefeningen in werkboeken. Daarnaast worden ook aanvullende materialen gebruikt voor het begrijpend lezen en spellen, zoals kruiswoordpuzzels en woordzoekers. Luisteren, spreken en lezen staan ook centraal in elke les. De leerlingen worden gestimuleerd zowel zelfstandig als in groepsverband samen te werken aan opdrachten. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het leren presenteren door bijvoorbeeld een spreekbeurt te houden. Ook tijdens de pauze worden de leerlingen gestimuleerd om onderling Nederlands te spreken.
Huishoudelijke regeltjes
Wegbrengen en ophalen
Om 12.50 uur gaat de deur van de klas open, om uw kind te brengen. Op dit moment kunt u ook nog even kort iets tegen de leerkracht zeggen, of iets vragen. Na een kort afscheid van de ouders starten we om 13.00 uur met de les. Om 16.00 uur begeleiden de leerkrachten alle kinderen naar de hal, waar alle ouders wachten.
Afwezigheid
Wanneer uw kind een keer niet op zondag aanwezig kan zijn, is het prettig als u dit voor 11.00 uur van die dag via de mail bij de coordinator meldt.
Huiswerk
Vanaf groep 3 wordt er wekelijks huiswerk gegeven. Het huiswerk is overzichtelijk per week gebundeld in een huiswerkmap die de leerling bij aanvang van het schooljaar ontvangt. Het is prettig wanneer kinderen begeleid worden tijdens het maken van hun huiswerk, zeker voor de jongere kinderen. Op deze manier krijgen ze meteen feed-back op de gemaakte opdrachten en krijgt u meer inzicht in wat er op school wordt aangeboden.
Bibliotheek
De kinderen kunnen samen met hun lerares één nieuw boek uitkiezen in de bibliotheek. Zij mogen dit boek twee weken lenen.
Toetsen
Methode gebonden toetsen
Vanaf groep drie worden er methode gebonden toetsen afgenomen. Deze toetsen zullen gedurende het jaar na elk behandeld thema afgenomen worden. Deze toetsen controleren of de behandelde stof is aangeleerd.
Niet – methode gebonden toetsen (Cito- toetsen)De Cito- toetsen controleren of de aangeleerde strategieën ook toegepast kunnen worden op ander, niet behandeld, materiaal. De Cito toetsen worden twee keer in het jaar afgenomen, in november en in mei. De Cito toetsen die afgenomen worden beslaan de vakgebieden: taal, spelling, woordenschat en technisch lezen. Bij de leerlingen van groep 1/2 zal alleen de Cito taaltoets afgenomen worden.
Lezen
Kunnen lezen betekent letters en lettercombinaties kunnen omzetten in klanken. Kunnen lezen betekent ook teksten kunnen opnemen, begrijpen en verwerken. Willen lezen betekent daarnaast: open staan voor verbreding en verdieping van belangstelling en kennis.
We streven er met de kinderen naar om:
- vloeiend en zonder fouten teksten te lezen
- verschillende teksten (proza – poëzie – informatief) te begrijpen en te verwerken (woordbetekenis, onderscheiding hoofd- en bijzaken, verbanden zien, conclusies trekken, kritisch lezen etc.)
- een goede leeshouding te ontwikkelen (leesstrategie, leesgedrag, leesplezier).
Voorbereidend lezen
In groep 1/2 werken we op diverse manieren aan de voorbereiding op het aanvankelijk lezen: woordenschat, het herkennen van tekens en klanken, ‘knippen en plakken’ van klanken, informatie opnemen en begrijpen, het kennen van begrippen als voorste, middelste, laatste etc.
Aanvankelijk lezen
In de eerste maanden van groep 3 ligt bij het leesonderwijs het accent op de ontdekking van het codesysteem: vanuit de eerste woordjes leren de kinderen de klanken, en met die klanken leren ze weer nieuwe woordjes maken en herkennen. Na die eerste fase richten we ons op het oefenen van diverse leestechnische moeilijkheden, bijvoorbeeld klanken als sch, nk, ie, ei, au, eu e.d.
Voortgezet lezen
Lezen is in al zijn verschillende vormen een regelmatig terugkerende activiteit:
Klassikaal lezen, waarbij de kinderen per toerbeurt hardop lezen. Bij dit voordrachtslezen letten we op tempo, correct lezen, overzicht en intonatie.
Groepslezen (gr. 3 t/m 5) in kleine groepjes van gelijk niveau. De gebruikte boekjes sluiten aan op het AVI-niveau van het betreffende groepje kinderen.
Individueel (stil-)lezen in een boek dat het kind zelf heeft mogen kiezen uit onze bibliotheek. Begrijpend lezen: Is dit onderdeel t/m groep 3 nog geïntegreerd binnen het taal/leespakket, vanaf groep 4 oefenen we dit wekelijks aan de hand van de methode en met Nieuwsbegrip.
