In groepen 4 en 5 werken we in de klas met de methode Taal actief. Deze methode omvat tien thema’s die aansluiten bij de leeftijd van de kinderen en de lessen altijd in een context plaatsen. We starten steeds met een centraal verhaal in het taalboek waarin nieuwe woorden worden aangebracht. Ook de spellings- en taalbeschouwingslessen sluiten netjes aan bij het verhaal. De kinderen krijgen gezamenlijk instructies en gaan dan zelfstandig of in kleine groepjes oefeningen maken, in hun werkboek woordenschat of spelling. De lessen worden aangevuld met taalspelletjes, liedjes, raadsels, uitbeeldsessies, enzovoort. Zo worden de uurtjes op de Nederlandstalige school een mix van ernstig en stevig taalonderwijs en het spelenderwijs eigen maken van het Nederlands.

Woordenschat

DSC06244
Brainstormen rond de “vier elementen”

In taal draait alles om woorden … We hechten veel belang aan het verwerven van woorden en proberen de kinderen op zoveel mogelijk manieren met nieuwe woorden in contact te brengen: woorden afleiden uit plaatjes, een omschrijving, een context, uit een synoniem of antoniem, … De platen van de woordklapper helpen om de woorden visueel voor te stellen en dagen de kinderen uit om actief een verhaal bij de afbeeldingen te verzinnen en beschrijven. In het werkboek worden de geleerde woorden geconsolideerd en vaak doen we nog een spelletje, quiz of zoekopdracht ter herhaling.

Spelling

Vanaf groep 4 starten we met het correct schrijven van woorden waarin twee of meer medeklinkers of klinkers na mekaar voorkomen (helm, krant, straat, herfst, nieuw, …), leren we welke woorden een ou en welke een au hebben en tenslotte leren we de katten- en apen-regel. In groep 5 worden de reeds aangeleerde spellingsregels uitgebreid met complexere woorden en leren we een behoorlijk aantal nieuwe regels, zoals voor woorden op -ing, -ig en -lijk.

Begrijpend Lezen

We lezen ongeveer tweewekelijks een tekst van Nieuwsbegrip om de vaardigheid begrijpend lezen in te oefenen. De tekst gaat telkens over een actueel onderwerp, dat vaak ook in het jeugdjournaal aan bod komt. Naast een verruiming van de woordenschat, leren we met Nieuwsbegrip ook verschillende leesstrategieën te gebruiken, verwijswoorden te herkennen, een schema te maken of een tekst samen te vatten. Als afsluiting kijken we samen naar het bijhorend filmpje. Regelmatig worden de woorden nog eens herhaald in een oefening van het huiswerk.

Docent woensdag (groep 4/5/7): Viola van Rhijn met hulp van Danielle Hofmans

Docenten zondag (groep 5/6): Linda Stuivenvolt & Stephanie Byttebier

Heeft u een ogenblikje tijd? (Ook voor creatieve uitspattingen is er tijd in de Nederlandse les!)