Een oefenmethodiek voor thuis en op school

1. Leesonderwijs en leesproblemen

Goed leren lezen is een van de belangrijkste vaardigheden die leerlingen op de basisschool opdoen. Een goede beheersing van het lezen is van groot belang:

Kinderen die goed kunnen lezen, kunnen op school meestal goed meekomen. Niet goed kunnen lezen heeft vaak een negatieve invloed op de vorderingen op andere terreinen (taal, aardrijkskunde, geschiedenis etc.)

In onze samenleving neemt geschreven taal een belangrijke plaats in (kranten, boeken, internet). Kinderen met ernstige leesproblemen lopen in onze samenleving het gevaar om in een kansarme positie
terecht te komen.

Goed leren lezen is ook van belang om plezier te (leren) beleven aan het lezen. Om goed en vlot te leren lezen is het belangrijk dat kinderen vanaf groep 3 snel woorden gaan herkennen. Bij een goede lezer gaat die woordherkenning automatisch. Woorden, woordgroepen en zinnen worden gedecodeerd. Bij zwakkere lezers is de woordherkenning onvoldoende geautomatiseerd en dit kan resulteren in:

  • Spellend lezen
    Leerlingen die spellend lezen, herkennen woorden niet als geheel en gaan dit woord letter voor letter ontrafelen. Het kind herkent “fiets” niet als geheel en leest f..ie..t..s. Sommige kinderen spellen hoorbaar en bij andere spellende lezers hoor je het spellen niet, omdat het spellen verinnerlijkt is. Bij deze lezers hoor je het woord pas na drie of vier seconden. Meestal worden er weinig woorden fout gelezen. Het tempo bij deze lezers is laag.
  • Radend lezen
    Radende lezers besluiten vaak op basis van een kenmerk van een woord (eerste letter, lengte van het woord, bepaalde klinker) het woord direct te benoemen, met als resultaat dat veel woorden fout gelezen worden. Soms zijn deze fouten niet storend.
    Bijvoorbeeld een kind dat “boekje” leest in plaats van “boek”. Maar soms kunnen deze fouten storend zijn. Een kind leest bijvoorbeeld “Kees loopt naar de hoek” in plaats van “Kees loopt naar de stoep”.
  • Naast woordherkenning spelen ook de volgende aspecten bij het technisch lezen een belangrijke rol: het gebruik van leessteken (punten, komma’s), het dynamisch accent (afwisseling langzaam-snel), het melodisch accent (afwisseling hoog-laag), het vermijden van spellingsuitspraak (een boek wordt correct gelezen als un boek en niet als één boek), het lezen in woordgroepen ( Twee witte zwanen zwommen–met hun jongen–in de brede vaart–achter ons huis) en het tempo.

2. Wat is Samen Beter Leren Lezen?

Samen Beter Leren Lezen is een oefenmethodiek die hoofdzakelijk gericht is op de verbetering van de technische leesvaardigheid van de leerlingen. Het is een eenvoudige, plezierige en effectieve manier om het technisch lezen te oefenen en verder te ontwikkelen. Daarnaast wordt er ook aandacht besteed aan het begrijpend lezen en de waardering voor een boek. De leerlingen mogen hun eigen leesmateriaal uitkiezen en kunnen dus uitgaan van hun eigen interesses. Samen Beter Leren Lezen is een manier van oefenen en je hoeft er geen onderwijzer(es) voor te zijn. De onderwijzer(es) op school leert de kinderen lezen door middel van instructie en het aanleren van diverse leesstrategieën. De ouders zorgen voor de extra oefenmomenten thuis. Samen Beter Leren Lezen is geschikt voor zowel zwakke als goede lezers.

3. Houding tutor (privéleraar)

De naam Samen Beter Leren Lezen geeft aan dat de leerling niet alleen leest, maar samen met een tutor. Aan de tutor worden de volgende eisen gesteld:

  • De tutor werkt volgens de oefenmethodiek van Samen Beter Leren Lezen. Dat betekent dat er geoefend wordt volgens het fase model van Samen Beter Leren Lezen.
  • De tutor corrigeert de leerling op de juiste wijze en geeft voortdurend positieve feedback.
  • De tutor leest op een hoger niveau dan de leerling.
  • De tutor is geduldig. Hij mag niet boos worden als de leerling een fout maakt of iets niet kan lezen.
  • De tutor moet een goede samenwerkingsrelatie hebben met de leerling. De tutor moet de leerling het gevoel geven dat ze er samen wel uitkomen.

4. Voorwaarden

Naast de bovengenoemde houding van de tutor zijn de volgende voorwaarden ook van groot belang om een hoog rendement te krijgen van de oefenmethodiek Samen Beter Leren Lezen:

Tijd
Het is de bedoeling dat er minimaal 4 dagen per week (liefst vaker) ongeveer 15 minuten samen wordt gelezen en dat voor een periode van 4 weken. Het is effectiever om elke dag een kwartier dan eens per week een uur te oefenen. De leerling blijft tijdens een kwartier gemotiveerd en taakgericht. Er wordt niet langer gelezen dan 20 minuten, tenzij de leerling door wil gaan. Wanneer de leerling echt iets anders wil doen, kan er beter een ander moment worden afgesproken om te oefenen. Het is de bedoeling dat er ook in vakanties geoefend wordt. De mogelijkheid bestaat om met een tweede tutor te werken, maar dan moet er natuurlijk wel consequent volgens de methode gewerkt worden.

Plaats
Zoek een rustige, goed verlichte plaats op waar leerling en tutor niet gestoord kunnen worden.

Leeshouding
Een goede leeshouding is belangrijk. Zowel de tutor als de leerling moeten goed zicht hebben op het boek. De afstand tussen de ogen en tekst moet minimaal 30 cm bedragen. Woord en zinsdelen mogen niet afgedekt worden met vingers, een leesraam o.i.d. Een leesstrook kan een goed hulpmiddel zijn. Met dit steunblad wordt de gelezen tekst afgedekt. Het steunblad schuift steeds mee naar beneden.

Boek- of tekstkeuze
De leerling kiest zelf het tekstmateriaal. Dit vergroot het enthousiasme voor het lezen. Allerlei tekstsoorten zijn toegestaan. Kiest een leerling een moeilijk boek, dan moet de tutor zich niet bezorgd maken. De leerling wordt namelijk met behulp van de tutor door de moeilijke stukken tekst heen geholpen. Het is ook niet erg als een leerling een erg gemakkelijk boek kiest en een boek nog eens wil lezen.

De leerling zal het boek dan steeds zelfstandiger gaan lezen. Herhaald lezen blijkt bovendien erg zinvol te zijn voor zwakke lezers. Het is zeker niet de bedoeling dat er elke keer een ander boek gekozen wordt. De tutor en de leerling lezen in ieder geval twee keer per week in hetzelfde boek. De leerkracht kan de leerling en de tutor ondersteunen bij de keuze van geschikt leesmateriaal. De leerkracht weet namelijk wat het leesniveau van de leerling is. Een grove richtlijn is dat er ongeveer één woord per zin een struikelblok mag vormen voor de leerling. Worden dat meerdere struikelblokken per zin, dan is de tekst te moeilijk en is het raadzaam om een eenvoudiger tekst te zoeken.

5. Fasenmodel van Samen Beter Leren Lezen

Ieder leesmoment van Samen Beter Leren Lezen is opgebouwd volgens een vaste indeling in drie fasen met bijbehorende aandachtspunten. De leerling en de tutor oefenen zo op een gestructureerde en systematische manier. Er zijn drie fasen te onderscheiden:

1. Vóór het lezen

Voordat je gaat lezen praat je over het gekozen boek. Het praten vooraf is belangrijk om de voorkennis van de leerling over het onderwerp te activeren en het tekstbegrip te bevorderen.

De tutor kan in deze fase de volgende vragen stellen:

  • Waar denk je dat de tekst over gaat als je kijkt naar de titel en de plaatjes?
  • Wat weet je al over dit onderwerp?
  • Wat wil je te weten komen?

De afspraken worden hier doorgenomen. De tutor kan daarbij de volgende vragen stellen:

  • Kun je mij vertellen hoe Samen Beter Leren Lezen werkt?
  • Hoe geef je aan dat je alleen wilt lezen?

2. Tijdens het lezen

Aan het eind van een hoofdstuk of een pagina kan je vragen stellen en zodoende toetsen of de leerling de tekst begrepen heeft.

  • Klopt onze voorspelling over de inhoud van het boek/de tekst?
  • Wat zijn hoofdzaken en bijzaken?
  • Hoe zal het boek/de tekst verder gaan?
  • Weet je wat dat woord betekent?

De methodiek Samen Beter Leren Lezen kent twee hoofdaspecten: samen lezen en alleen lezen.

a. Samen lezen

De leerling en de tutor lezen de tekst gelijktijdig hardop. Elk woord wordt op hetzelfde moment door zowel de tutor als de leerling uitgesproken. Dit wordt samen lezen genoemd. Het is de bedoeling dat de tutor zich aanpast aan het leestempo van de leerling. Dit samen lezen helpt de leerling door de moeilijk te lezen tekstdelen heen en tegelijkertijd krijgt de leerling een voorbeeld van goed lezen: de tutor spreekt de woorden luid en correct uit en geeft de zinnen de juiste intonatie.

Als de leerling tijdens het lezen een woord niet kan lezen, wacht de tutor 5 seconden en zegt het woord voor. Als de leerling een fout maakt (het leest een ander woord, spreekt het woord niet goed uit), dan wacht de tutor tot het einde van de zin om de leerling in de gelegenheid te stellen zichzelf te corrigeren. Als de leerling zichzelf niet corrigeert, geeft de tutor een aanwijzing; bijvoorbeeld “lees dat woord nog eens”. Als dat binnen 5 seconden niet lukt, zegt de tutor het woord voor. Daarna lezen ze samen de hele zin opnieuw en gaan ze samen weer verder. Bij het lezen van moeilijke woorden en zinnen, bij zelfcorrectie en na het gezamenlijk opnieuw lezen van een zin geeft de tutor de leerling een complimentje. Het compliment moet kort zijn om niet af te leiden; bijvoorbeeld: goed zo, ja prima, oké, fantastisch, geweldig.

b. Alleen lezen

Het tweede hoofdaspect van Samen Beter Leren Lezen wordt alleen lezen of zelfstandig lezen genoemd. Wanneer de leerling zich vertrouwd genoeg voelt om een gedeelte van de (eventueel eerder gemakkelijk gelezen) tekst zonder hulp te lezen, geeft hij of zij een seintje (stopteken met de hand) naar de tutor om stil te zijn. De manier van corrigeren blijft exact hetzelfde als bij het samen lezen.

Ook hier wordt de zin samen opnieuw gelezen en lezen ze samen verder, totdat de leerling weer een seintje geeft dat hij of zij opnieuw alleen wil lezen. De tutor geeft de leerling een complimentje bij het nemen van initiatief om alleen te lezen, bij het lezen van moeilijke woorden, bij zelfcorrectie en na het gezamenlijk opnieuw lezen van een zin.

Negeer tijdens het lezen kleine (niet storende) fouten, zodat de leerling geconcentreerd blijft en niet steeds uit zijn of haar ritme raakt. Het is belangrijk dat de tutor en de leerling zich aan alle gemaakte afspraken houden (seintje, correctie, complimenten etc.). Het is niet de bedoeling dat je opeens zelf niet meer meeleest zonder dat de leerling een seintje gegeven heeft. Lees altijd de hele zin over en niet alleen het fout gelezen woord. Kortom hanteer alle bovengenoemde afspraken (oefening baart kunst).

De tutor dient in alle gevallen rustig te blijven en mag niet boos worden als de leerling een fout maakt of het woord niet kan lezen. De meeste tutoren zijn gewend om anderen direct op fouten te wijzen. Dat is bij Samen Beter Leren Lezen niet de bedoeling. Eerst krijgt de leerling de kans zelf zijn of haar fout te ontdekken. Lukt dat niet dan geeft de tutor een aanwijzing om een woord of zin nog eens te lezen. Als het dan nog niet lukt, dan pas wordt er voorgezegd. Het corrigeren van de tutor is vooral gebaseerd op wachten en aanwijzingen geven. Verder dient de tutor de nadruk te leggen op het complimentjes geven. De nadruk komt te liggen op wat de leerling wel kan, op zelfcorrectie en eigen initiatief.

3. Na het lezen

Na afloop van het lezen, kan de tutor vragen hoe het verhaal verder zal gaan.

  • Zijn we te weten gekomen wat we wilden weten?
  • Kunnen we de inhoud van het boek/de tekst navertellen of samenvatten?
  • Wat vind je van het boek/de tekst?

Het is hierbij niet zo belangrijk of het boek werkelijk zo gaat aflopen. Belangrijker is het dat de leerling logisch de mogelijke afloop kan voorspellen. Verder kan de tutor vragen wat de leerling van het verhaal vindt. Begrijpt hij/zij bijvoorbeeld waarom de hoofdpersoon boos is? Is de leerling zelf ook wel eens boos geweest op een vriendje?

In een logboek houdt de tutor de prestaties van de leerling bij. Het geven van concrete feedback is belangrijk. De tutor geeft complimentjes die precies aangeven wat er goed ging tijdens het lezen. Bijvoorbeeld: “Toen je de zin had uitgelezen, kon je horen dat er iets niet klopte, en toen heb je de zin over gelezen. Goed zo!” of “Vijf zinnen achter elkaar goed gelezen. Uitstekend! “Door deze complimentjes weet de leerling wat en wanneer hij/zij iets goed doet. Dat stimuleert de leerling om te werken aan de leesvaardigheid.

6. Uitgangspunten

De oefenmethodiek Samen Beter Leren Lezen is gebaseerd op een aantal uitgangspunten:

  • Extra oefentijd –
    De leesontwikkeling van met name zwakke lezers is gebaat bij extra oefentijd. Er wordt minimaal vier keer per week een kwartier geoefend gedurende de maand.
  • Individuele ondersteuning –
    Een één-op-één ondersteuning is een intensieve en effectieve manier van oefenen.
  • Controle verkrijgen over het eigen leerproces –
    Het is belangrijk dat de leerling controle leert krijgen over zijn of haar lezen: de leerling krijgt de mogelijkheid zelf de tekst te kiezen en kan zelf bepalen wanneer er alleen of samen gelezen wordt. De leerling wordt op deze manier gestimuleerd om met ondersteuning van een tutor op een gegeven moment een zelfstandig lezer te worden.
  • Bevorderen van de woordherkenning en het hardop lezen –
    De leerling leert woorden sneller herkennen door extra oefening. Bij het samen hardop lezen geeft de tutor het goede voorbeeld. De tutor is voor de leerling het model van de goede lezer. De leerling zal proberen de tutor te kopiëren.
  • Bevorderen van het leesplezier –
    Samen Beter Leren Lezen kan toegepast worden op alle soorten leesmateriaal (sprookjes, tijdschriften, verhalenbundels, gedichten, hobbyboeken etc). De leerling kiest zelf een boek waarvan de inhoud hem of haar interesseert.
  • Bevorderen van het leesbegrip –
    Voor, tijdens en na het lezen wordt er aandacht geschonken aan het begrijpen van het boek of de tekst, aan moeilijke woorden en aan het doen van voorspellingen.
  • Geschikt voor alle lezers –
    Samen Beter Leren Lezen is geschikt voor zowel de goede als zwakke lezer, voor kinderen en voor volwassenen.
  • Opdoen van positieve leeservaringen –
    Door het geven van complimenten en concrete positieve feedback bij het lezen, wordt er benadrukt wat de leerling al kan. Dit bevordert het zelfvertrouwen en de motivatie van de leerling.
  • Eenvoudige oefenmethodiek voor op school en thuis –
    De tutor hoeft geen leesspecialist te zijn om met de methodiek te werken. De tutor hoeft zich alleen maar te houden aan het fase model en de juiste correctieprocedure. De leesinstructie en het aanleren van diverse leesstrategieën wordt aan de groepsleerkracht overgelaten.

7. Organisatie van Samen Beter Leren Lezen

Wat staat de deelnemers te wachten?

Tutor en leerling ondertekenen een deelnemersverklaring, waarmee ze beloven hun best te doen om beter te leren lezen en dat ze oefenen volgens de werkwijze van Samen Beter Leren Lezen:

  1. een oefenperiode van één maand; de maand oktober en april;
  2. elke week minimaal vier dagen 15 minuten lezen;
  3. het invullen van het logboek;
  4. aan het einde van de oefenperiode volgt de uitreiking van een certificaat en een cadeautje.